Om de economische schade van de uitbraak van het coronavirus zoveel mogelijk te beperken, heeft De Nederlandse Bank maatregelen getroffen om de financiële sector goed te laten blijven functioneren. Over het eerste kwartaal van 2020 rapporteerden de Nederlandse banken een stijging in de vraag naar leningen voor ondernemingen. Voor het tweede kwartaal verwachten ze dat de vraag naar bedrijfskrediet ook toeneemt. Als gevolg van de coronamaatregelen hebben bedrijven meer behoefte aan liquiditeit. Banken moeten genoeg ruimte hebben om leningen te kunnen blijven verstrekken.

Omdat na de financiële crisis rond 2008 de kapitaaleisen en liquiditeitsbuffers waren verhoogd, hebben ze nu gelukkig meer geld in kas om de gevolgen van het coronavirus op te vangen. Om de banken meer armslag te geven om krediet te verlenen, verlaagt DNB tijdelijk de vereiste hoogte van de buffers. Hierdoor ontstaat financiële ruimte die de banken kunnen gebruiken om de Nederlandse economie te ondersteunen, wat een extra kredietverlening van 200 miljard euro kan opleveren.

ONDUIDELIJKE PERSPECTIEVEN

Het is de vraag of de behoefte aan krediet op termijn zo groot zal blijven als waar DNB nu rekening mee houdt. De economie moet daarvoor binnenkort wel weer kunnen opbloeien. Volgens Hans Biesheuvel, voorzitter van ONL voor Ondernemers, dat de belangen van ondernemers behartigt, is de economische impact van corona op de economie gigantisch. Veel bedrijven staat het water aan de lippen, zeker in sectoren waar helemaal geen omzet meer is, zoals horeca, evenementen en de reissector. “Ik ben heel positief over alle stimulerende maatregelen en kapitaalinjecties van de overheid, en zie het als reddingsboei voor het bedrijfsleven, maar dat kan niet voorkomen dat we in een behoorlijke recessie terechtkomen.” Volgens Biesheuvel komen veel bedrijven nu in de overlevingsfase terecht. Het vervolg moet duidelijk zijn: “Wat is economisch verstandig om uit de recessie te komen? Daar is meer voor nodig dan een reddingsboei. In de eerste plaats zou de overheid een helder overzicht moeten schetsen van wat zij van plan is met de economie. Er is een te grote verscheidenheid aan initiatieven nu, en bedrijven weten niet wat hen te doen staat.” De overheid zou volgens hem eerst moeten aangeven hoe we uit de lockdown komen, en vervolgens uit de recessie. Dat vraagt om specifieke maatregelen, waar bedrijven zich graag op voorbereiden. “Het perspectief is nu te onduidelijk. Wat zijn de gevolgen van de anderhalve-meter-samenleving voor de economie?” De communicatie moet beter, en moet enige hoop geven. “Bedrijven moeten wel aan de slag kunnen: het geld dat de overheid uitgeeft moet door bedrijven verdiend worden, het gebeurt nergens anders.” Als het perspectief onduidelijk blijft vreest Biesheuvel voor een groot aantal faillissementen. “We stoppen dan geld in reddingsmaatregelen voor bedrijven die het niet gaan redden”.

POSITIEVE ONTWIKKELINGEN

Zijn er ook positieve ontwikkelingen denkbaar, wanneer de economie weer uit de lockdown en recessie komt? Biesheuvel: “Natuurlijk, na elke recessie is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Ik zie nu meer gelegenheid voor techniek, energietransitie, onderwijs en zorg. Laten we mensen zonder werk nu gaan inzetten voor deze sectoren, en ze zoveel mogelijk gaan her- en bijscholen. Dat is een manier om slim uit de crisis te komen.” Ook de digitalisering van het MKB vindt hij een project dat nu mooi kan worden aangepakt, zodat bedrijven straks efficiënter kunnen werken.

GEVOLGEN VOOR DE WERKNEMERS

Ondanks de stimulerende maatregelen, en het feit dat veel werknemers vanuit huis kunnen doorwerken, is de situatie voor hen ook bepaald niet ideaal. “Veel werknemers zijn niet gewend om thuis te werken, en zijn niet half zo productief. Bovendien levert het stress op door een gebrek aan structuur binnen het huishouden,” zegt Titus Kramer, bestuurslid van OVAL, brancheorganisatie voor duurzame inzetbaarheid waaronder arbodiensten. “Veel medewerkers hebben zich ziek gemeld in maart en april, maar die piek vlakt nu gelukkig af.” Er ontstaan nu echter nieuwe onzekerheden. “Vanwege alle sombere nieuwsberichten begint men zich zorgen te maken over hoe het werk er straks uit komt te zien, en wordt men bang voor een eventueel ontslag.” Ook Kramer vreest voor veel faillissementen en dus veel werklozen in de nabije toekomst. Dat betekent veel herscholing en re-integratie in samenwerking met het UWV. Volgens hem zal de zorgsector extra aandacht nodig hebben, er is te veel van deze werknemers gevraagd. In de praktijk zien we dat de meeste werknemers dan een terugval krijgen. “Het idee van een eventuele nieuwe coronagolf vinden velen in de zorgsector een beangstigend vooruitzicht. Het bedrijfsleven zal niet alleen de financiële zorg moeten managen, maar zal ook tijdens- en na de coronacrisis nog meer aandacht voor werknemers moeten hebben. Preventie is van groot belang anders zouden de ziekmeldingen nog wel eens historisch hoog kunnen worden.”