Naar aanleiding van de toeslagenaffaire van vorig jaar heeft Staatssecretaris Alexandra van Huffelen een aanbiedingsbrief geschreven aan de Tweede Kamer. Hierin adviseert zij om  publiek gefinancierde kinderopvang aan te bieden aan alle ouders ter vervanging van o.a. de kinderopvangtoeslag. Zij wijst er in die brief tevens op dat het maatschappelijk belang van kinderopvang, zowel voor de ontwikkeling van een kind als voor de arbeidsmarkt, wordt onderschat.

“Het hele financiële plaatje is op dit moment best ingewikkeld.” legt Monique Vreeburg, voorzitter van Branchevereniging Maatschappelijke Kinderopvang (BMK) uit. “De rekening gaat naar ouders en ouders vragen vergoeding aan. De bijdrage die zij ontvangen is gekoppeld aan het inkomen. Bij een laag inkomen, een hoge vergoeding, bij een hoog inkomen; laag. Dat is al best complex, maar dat wordt het helemaal als bijvoorbeeld het inkomen tussentijds verandert. Daarnaast is er nog een financiële stroom die van gemeenten af komt, die met name wordt ingezet als de ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Die middelen worden ingezet voor de zogeheten voorschoolse educatie of de voorschool.

Een aantal jaar geleden is een splitsing gemaakt tussen voorscholing en de reguliere dagopvang. Nu is het zo dat als een kind gebruik maakt van de voorschool en beide ouders werken, dat het dan uit overheidsmiddelen wordt betaald; de kinderopvangtoeslag. Als maar een van de ouders werkt, komt het uit de gemeentelijke pot.”

“Het kabinet heeft aangegeven dat ze gaat onderzoeken of publieke financiering voor kinderopvang een mogelijkheid is.”, geeft Vreeburg aan. Het lijkt af te stevenen op een eenvoudiger systeem, waar men bij BMK al langer naar streeft: “Daarmee hebben alle kinderen recht op kinderopvang en dat betaalbaar is voor alle ouders.” Toch rekent ze zich nog niet rijk met de brief van de staatssecretaris: “Stelsels veranderen vraagt om een lange adem. Wij zijn er voor om dat goed onder de aandacht te houden en in gesprek te blijven met bewindvoerders.”

 

Angst voor negatieve gevolgen van de systeemwijziging ziet Vreeburg niet: “De kwaliteit van de kinderopvang is ontzettend hoog in Nederland en is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Publieke financiering komt die kwaliteit juist ten goede. Het biedt heel veel mogelijkheden. Daar wordt nu naar gekeken. Naar hoe we kinderopvang beschikbaar kunnen maken voor alle kinderen, zodat alle kinderen dezelfde kansen krijgen.”

Over de mogelijke invloed die het door Van Huffelen voorgestelde systeem gaat hebben op de arbeidsmarkt bestaat nog veel twijfel. Al ziet Vreeburg wel mogelijkheden: “Er wordt al een tijdje nagedacht over de deeltijdcultuur in Nederland. We lezen steeds vaker rapporten dat we daar ook kritischer naar moeten kijken. Op maandagen, dinsdagen en donderdagen loopt het verkeer vast door files en is er veel vraag naar kinderopvang . Wanneer werktijden gelijkmatiger worden verdeeld over de week, ontstaat meer rust in het gezin door een betere balans tussen zorg, werk en opvang en er ontstaat ontspanning in de maatschappij. We zien de maatschappij daarin een beweging maken. Ik hoop dat het met dit voorstel ook echt die kant op gaat.”

Wieteke Graven, oprichter en voorzitter van de Stichting Het Potentieel Pakken is wat gereserveerder over de invloed die een publiek gefinancierde kinderopvang kan hebben op de arbeidsmarkt. Haar stichting is opgericht met het doel om het potentieel van vrouwen op die arbeidsmarkt optimaal te benutten. “Uit onze onderzoeken komt niet naar voren dat  beter georganiseerde kinderopvang een belangrijke reden is om meer te gaan werken.”, vertelt Graven. “Dat geldt wel voor het er onderaan de streep voldoende financieel op vooruit willen gaan. Dat is lang niet altijd het geval en toeslagen, zoals die voor kinderopvang spelen daarbij een belangrijke rol. Ik ga niet meer werken om vervolgens al mijn inkomsten te moeten uitgeven aan kinderopvang, blijft, terecht of onterecht, een veelgehoorde uitspraak”

Graven plaatst direct ook een kanttekening: “Wat we ook zien is dat een aanzienlijke groep zich niet comfortabel voelt bij het idee om hun kind (vaker) naar de formele opvang te brengen. Wil je dat dus succesvol doen, dan moet je ook aan hun perceptie van de opvang gaan werken.” Ze gaat verder: “Wat wij zien is dat mensen echt wel meer willen werken. Daar moeten een aantal dingen voor geregeld worden, maar men staat er wel voor open. Het toverwoord is ‘flexibiliteit’. Zorgmedewerkers beginnen vaak al om 7 uur ‘s morgens, maar dan is de kinderopvang nog niet open. Pas als die opvang in dit nieuwe systeem meer flexibiliteit en ruimte heeft, dan gaat het echt helpen.”

“Als we nu kijken naar het opleidingsniveau van vrouwen in Nederland en het vrouwelijke talent dat we hebben, dan zien we veel potentieel terwijl een hoop daarvan verloren gaat. Een betaalbare opvang gaat daar zeker bij helpen, maar er moet nog véél meer gebeuren.”