Een goede gezondheid staat of valt met voldoende bewegen. Dat begint al op jonge leeftijd en daar ligt nu juist het probleem. Uit recente cijfers van het CBS en de Leefstijlmonitor blijkt dat ruim de helft van de jeugd onvoldoende beweegt. Zorgelijk, want het is een recept voor problemen in de toekomst.

De gevolgen van te weinig bewegen zijn niet mals. De kans om op termijn gezondheidsklachten te ontwikkelen, neemt flink toe. Bovendien is de ontwikkeling van de motoriek onvoldoende. Noor Willemsen, specialist fit & gezond met als thema gedragsverandering en beweegstimulering bij de jeugd bij het Kenniscentrum Sport & Bewegen, stelt dat motorisch minder vaardig zijn kan leiden tot minder zelfvertrouwen in bewegen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die motorisch minder vaardig zijn, daadwerkelijk minder bewegen, ook op latere leeftijd, een zichzelf versterkend negatief effect. “Sinds 2017 hanteren we de nieuwe beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad,” zegt Willemsen. “Die schrijven voor dat kinderen 1 uur per dag matig intensief moeten bewegen, waarbij de ademhaling en hartslag omhoog gaan. Daarnaast 3 keer per week spier- en botversterkende activiteiten als touwtje- of trampolinespringen. Van de kinderen tussen de 4 en 12 jaar haalt slechts 55 procent dat. In de leeftijdsgroep 12 tot 18 jaar is dat slechts 40 procent.”

OMGEVING KIND OOK BELANGRIJK

De stichting JOGG (gezonde jeugd, gezonde toekomst) maakt zich hard voor een gezondere leefomgeving maar ziet ook de dilemma’s. Directeur Marjon Bachra: “Als we inzoomen op de verschillende plaatsen waar jongeren ze veel tijd doorbrengen; thuis, kinderopvang, school, sportclub en de directe woonomgeving zien we dat er al deze plekken qua gezond leven en bewegen nog veel winst is te behalen. Ouders zetten kinderen nog regelmatig te weinig groentes voor, waarna ze weer urenlang achter hun schermpjes kunnen gaan zitten. De kinderopvang schenkt vaker mierzoete drankjes uit dan water uit de kraan. Op de meeste scholen staan, naast gezonder aanbod, nog steeds de automaten met frisdranken en chocoladerepen op in het oog springende plaatsen opgesteld. In sportkantines is de hoofdrol voor de frituur ook nog niet uitgespeeld. Maar ook de overheid speelt een rol. De gemeenten moeten zorgen voor meer en aantrekkelijker speelvoorzieningen, groenstroken en fietspaden, juist ook in wijken waar deze voorzieningen al minimaal zijn.” “We zijn ons terdege bewust van de zeer verschillende woonomgevingen waarin kinderen opgroeien. Een kind waarvan de ouders een huis met tuin bezitten vlakbij een park, heeft meer mogelijkheden om te bewegen dan één die in een krappe flat in de binnenstad woont. De coronatijd heeft ook zijn negatieve effecten op het algemene beeld. We zijn in de afgelopen periode veel ongezonder gaan leven, we zijn minder gaan bewegen en hebben nog meer tijd achter computerschermen en televisies doorgebracht. De vrees bestaat dat het overgewicht bij jongeren hierdoor nog verder zal toenemen. We noemen dat de obesogene samenleving.”

HOE KRIJGEN WE ZE IN BEWEGING?

De boodschap van de beweegrichtlijnen is: ‘breng beweging in de dag’. Hierbij gaat het wat jongeren betreft om het hele plaatje; vaker fietsen naar school, lopen naar de supermarkt, meer bewegen tijdens pauzes, enzovoorts. Willemsen: “Wij ontwikkelen kennis en toepasbare instrumenten ter ondersteuning van professionals die met kennis de boer opgaan. Doormiddel van een Beweegtest kan een professional, samen met het kind en ouders, zien of de beweegrichtlijnen worden gehaald en waar de verbeterpunten zitten. Meer tijd voor sport en bewegen tijdens schooltijd zorgt voor gelijkblijvende of zelfs betere schoolprestaties.” Er is ook een vrij toegankelijke interventiedatabase sport en bewegen beschikbaar. Hierin zijn sport- en beweegaanpakken te vinden voor elke situatie en doelgroep. Denk aan vragen als: ‘Hoe kun je sporten en bewegen stimuleren?’ of ‘Welke aanpakken zijn in de praktijk al succesvol gebleken?’

KLEINE STAPPEN VOORUIT

Horeca en cateraars zitten in een zware periode. Bachra: “Wij willen graag een gezonder voedingsaanbod maar beseffen dat we nogal wat van hen vragen in deze tijd. Anderzijds blijkt juist nu hoe belangrijk een gezondere leefstijl is. Deze draagt bij immers aan een beter immuunsysteem dat je veel minder vatbaar maakt voor dit soort virussen.” Voor we kunnen spreken van een echt gezonde leefomgeving voor de jeugd is er nog een lange weg te gaan. De oplossingen lijken eenvoudig (drink meer water, fiets naar school, eet vaker fruit, enzovoorts) en voor de hand liggend maar omdat er heel veel partijen en belanghebbenden bij betrokken zijn; scholen, ouders, de overheid, fabrikanten om er maar een paar te noemen, is de praktijk weerbarstig. Het is een complex proces waaraan alle partijen zich moeten committeren om zo kleine stappen vooruit te kunnen maken.