Over eetstoornissen valt een hoop te schrijven. Zo zijn er veel verschillende soorten, de ene wat bekender dan de andere. Kent u bijvoorbeeld ARFID? Na het lezen van Clique magazine weet u er meer over.

Column door: Prof. dr. Sandra Mulkens,
Universiteit Maastricht/ SeysCentra
Voorzitter Nederlandse Academie voor Eetstoornissen (NAE) 

Over (k-)eten 

Zelf houd ik mij er ook mee bezig, het is zelfs onderwerp van mijn bijzondere leerstoel aan de Universiteit Maastricht. ARFID is een vrij heterogene stoornis, waarbij het gemeenschappelijke kenmerk is ‘te weinig en/of te selectief eten’. Dat betekent dat iemand ondergewicht en voedingstekorten kan hebben waarbij het lichamelijke beeld lijkt op dat van anorexia nervosa – maar ook overgewicht, door het eenzijdige (hoogcalorische) eetpatroon, omdat alleen een bepaalde textuur verdragen wordt. ARFID heeft dus vele gezichten. De meeste aandacht gaat echter steevast naar de eetstoornissen anorexia nervosa, boulimia nervosa en – iets minder vaak – de eetbuienstoornis. Van deze drie komt anorexia nervosa het minst vaak voor, maar is wel de meest bekende.  

 Ook over anorexia is veel te schrijven. Ik wil u hier graag iets vertellen over de beweging die op gang is gekomen om de hulp voor kinderen en jongeren met een eetstoornis structureel te verbeteren, want dat is nodig. K-EET is door minister Hugo de Jonge opgericht. Een groep professionals en ervaringsdeskundigen met veel kennis op het gebied van eetstoornissen werken doelgericht samen aan oplossingen voor hardnekkige problemen in de ‘keten’ van eetstoornissen. K-EET is geen instituut, maar een beweging die in het land bouwt aan veranderingen en versterkingen van de zorg voor kinderen en jongeren met een eetstoornis en hun ouders. Zo moeten kinderen en jongeren met een (potentiële) eetstoornis eerder worden herkend, beter worden begrepen en eerder en beter worden behandeld. Vroegtijdig herkennen en behandelen leidt tot minder lijden, minder maatschappelijke kosten en tot een daling van het aantal ernstig zieke patiënten.

Kinderen en jongeren met een (potentiële) eetstoornis moeten eerder worden herkend, beter worden begrepen en eerder en beter worden behandeld.

Gevoelens van machteloosheid en wanhoop

Dat kinderen en jongeren kunnen overlijden als gevolg van een eetstoornis, met name anorexia nervosa, is een moeilijk te accepteren realiteit. Als een eetstoornis tijdig wordt herkend en als een best bekende werkzame behandeling kan worden ingezet is herstel mogelijk. Vooral bij kinderen en jongeren is die kans op herstel groot. Kinderen en jongeren die toch ernstig ziek worden, roepen gevoelens op van machteloosheid en wanhoop, bij henzelf, bij hun naasten en bij behandelaren. Een deel van deze kinderen en jongeren is met kennis, vaardigheid en soms creativiteit te helpen, in sommige gevallen is er geen passend antwoord. De bouwstenen in de aanpak van K-EET vormen elk afzonderlijk een stukje van de oplossing. 

K-EET stelt zich voortdurend de vraag: wat gaan patiënten (en hun naasten) hiervan merken? Met de oplossingen verwacht K-EET betere en snellere verwijzingen in de buurt, een overzicht van behandelaanbod in de regio, een snellere herkenning van eetstoornis problematiek, meer aandacht voor meerdere stoornissen tegelijkertijd en het beter bespreekbaar maken van eetstoornissen. Daarin is iedereen aan zet: hulpverleners, patiënten en hun naasten.