Er is een groeiende kloof is ontstaan tussen de kansen van kinderen van laagopgeleide ouders en die van hoogopgeleide ouders. De onderwijsinspectie constateerde dat al in 2016 in het rapport over het schooljaar 2014-15 en vandaag de dag is die kansenongelijkheid nog altijd niet verminderd. Sterker: deze is met alle corona-problematiek zelfs toegenomen. Hoog tijd voor een integrale aanpak.

Dat die kansenongelijkheid een breder maatschappelijk vraagstuk is dan alleen het onderwijs is duidelijk. “Dit is het vertrekpunt geweest van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) op te richten, waarin 50 gemeenten en honderden scholen zijn verenigd.”, vertelt Monaïr Benrida, projectleider van de Alliantie. “Maar als je het hebt over kansenongelijkheid, dan moet je gaan kijken naar het totaalbeeld. Onderwijs is een belangrijk stuk van de leefwereld van kinderen, maar zij halen 40% van hun ontwikkeling uit de schoolcontext. Dus 60% van de ontwikkeling vindt buiten school plaats. Als er buiten school te weinig geleerd wordt, de verkeerde dingen geleerd wordt of niet ondersteunend is aan wat er op school geleerd wordt, dan ontstaat er een mismatch. Het gezin waarin je opgroeit, de wijk, vrienden en rolmodellen, maar ook grote maatschappelijke thema’s hebben invloed op hoe jij je talent ontwikkelt. Daar kun je de ongelijkheid aanpakken. En dat lukt ons heel aardig met de GKA.”

Schoolleider de sleutel

“Uit datzelfde rapport van de inspectie, maar ook uit andere onderzoeken blijkt dat de kwaliteit van de schoolleider ook de kwaliteit van de lessen binnen een school bepaalt”, vertelt Petra van Haren, voorzitter van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS). “Uiteraard is er veel meer aan de hand, maar die schoolleiders zijn één van de allergrootste knoppen waar je aan kunt draaien. Je zou kunnen zeggen dat insteken op de verbetering van de kwaliteit van de schoolleider wellicht dé sleutel is om ook het niveau van al deze scholen omhoog te krijgen.” Ze gaat verder: “Het schoolleiderstekort is in procenten vele malen groter dan het lerarentekort. Een op de twintig scholen heeft op dit moment geen leider. Op al die plekken staat de kwaliteit van het onderwijs zwaar onder druk.”

Ongelijkheid vergroot door corona

“Grote, maatschappelijke problemen als de coronacrisis vergroten de kansenongelijkheid óók nog eens”, legt Van Haren uit: “Bij kinderen die van thuis uit te weinig back-up kregen, soms gewoon door het ontbreken van een laptop of een telefoon, treedt ontzettend snel een vergroting van die achterstanden op. We hadden alles bij elkaar gebracht om het gat dat een aantal jaar geleden geconstateerd werd te verkleinen of niet groter te laten worden. Door corona is dat allemaal niet genoeg.”

Doen wat bij je past

Een groot misverstand bij kansengelijkheid is dat het niet gaat om ‘zo hoog mogelijk’, legt Benrida uit: “Het is niet zo dat we iedereen naar de universiteit willen krijgen en naar een promotieonderzoek willen duwen. Het gaat er om dat je dat gaat doen wat het dichtst bij je past. Natuurlijk mag je daarin ambitieus zijn. Als je kok wilt worden mag je gerust de beste willen worden.” Van Haren vult hem aan: “Er zijn bedrijven die groepen kinderen van weekend- of zomerscholen ontvangen, puur om te laten zien wat ze later kunnen worden. Hoogopgeleide ouders geven heel veel beelden aan hun kinderen wat ze kunnen worden als ze groot zijn. Kinderen die die achtergrond niet meekrijgen, weten ook niet wat er aan beroepen is of wat je kunt zijn. Door die beelden mee te geven help je leerlingen om doelen te stellen en motiveert je ze. Want als je weet wat je belangrijk vindt, dan wil je daar ook je best voor doen.” Benrida: “Het verbreden van hun horizon is bepalend voor de richting waarin ze zich ontwikkelen.”

Achtergrond van kind als rem op de ontwikkeling

Uiteraard is het niet alleen het gebrek aan perspectief dat afremt. De culturele en sociale achtergrond van de kinderen is daarin ook van groot belang. Benrida: “Ouders met een migratieachtergrond weten vaak niet goed weten waar ze moeten zijn of welke rol ze moeten spelen, maar zij hebben doorgaans wel hoge ambities voor hun kinderen. Terwijl veel kinderen in landelijke provincies juist te kampen hebben met ouders die zeggen: “Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.” Die smalle horizon wordt ook nog eens versterkt door de geografische setting, waar sommige zaken als scholen en bedrijven letterlijk wat verder weg liggen. Dan krijg je die gewoon minder snel in je leefwereld binnen.”

Ongelijke aanpak

Van Haren sluit daadkrachtig af: Het gaat om de samenhang tussen woning, werk, onderwijs en ouders en dat vraagt om een integrale, ongelijke aanpak. Want, gelijke kansen door ongelijke behandeling, daar moet echt alle energie naartoe.”