Dat hebben ze bij bedrijven die met hout bouwen lang niet meegemaakt: opeens is er vraag naar hun diensten vanwege de zeer grote CO2-winst die er met houten gebouwen te boeken is. Tot voor kort was dat maar een zijdelings verkoopargument. Terwijl de feiten en cijfers, uitgezocht, gewaarmerkt, doorgerekend, al jaren in kleine kring bekend waren.

In de een recente uitzending van VPRO-s Tegenlicht ‘Houtbouwers’, wordt gesproken van een ‘houten revolutie’. De Britse architect Andrew Waugh, die het eerste geheel houten flatgebouw ter wereld bouwde, een appartementencomplex voor sociale woningbouw in Londen, had het over ‘het begin van een houten eeuw’ en de Nederlandse architect Marco Vermeulen, die aandacht trok met zijn ‘Biobasecamp’ tijdens de afgelopen Dutch Design Week: een houten platform op een staketsel van populieren, legde in de uitzending uit dat bouwen met hout zo’n beetje de enig mogelijke redding voor het menselijk leven op onze planeet is. De Kamerleden Jessica van Eijs (D66) en Tom van der Lee (Groen Links) dienden moties in die met brede steun werden aangenomen. In de ene werd de regering opgeroepen uit te zoeken hoe grootschalige houtbouw een oplossing kan zijn voor maar liefst ‘het stikstofprobleem, de klimaatcrisis en het woningtekort’ en in de andere uit te zoeken hoe het gebruik van duurzaam hout in de bouw kan worden bevorderd.

Houtskeletbouw
Ontwikkelingen die met grote instemming worden gevolgd door het Centrum Hout, de koepelfederatie van de verenigingen van houthandelaren (VVNH) en timmerfabrikanten (NBvT). Daar leven grote ambities. De organisatie acht het mogelijk en wenselijke dat waar er nu 1500 woningen per jaar in zogenaamde houtskeletbouw (hsb) worden gerealiseerd, de teller binnenkort op 10.000 ‘houten’ woningen per jaar ligt. Paul van den Heuvel, directeur van het Centrum Hout, ‘Mondiaal dringt het besef door dat we toe moeten naar een ander gebruik van grondstoffen, zo ook in Nederland. Het Klimaat- en het Grondstoffenakkoord en daarmee de ambitie van de Nederlandse overheid om over te schakelen naar hernieuwbare grondstoffen zet veel mensen op het spoor van hout als grondstof. Want hout, geoogst in verantwoord beheerde bossen, is een grondstof die zich doorlopend vernieuwt. Bovendien hebben bomen de unieke eigenschap dat ze via fotosynthese CO2 uit de lucht halen en daarmee hout produceren. Bouwen met hout helpt zo in de strijd tegen de opwarming van de aarde.’

Bouwhout
Die claim baseert zich op feiten. Dat het massaal planten van miljarden bomen over de hele aardbol voldoende zou zijn om de opwarming van de aarde tegen te gaan blijkt uit recent onderzoek (gepubliceerd in Science: ‘The potential for global forest cover’, red). Daarnaast is de hoeveelheid CO2 opslag in bouwhout indrukwekkend. Het in oktober opgeleverde Swatch-hoofdkantoor in Bielz, Zwitserland, bijvoorbeeld, van de Japanse sterarchitect Shigeru Ban, waarin veel gelamineerd Europees naaldhout gebruikt is, slaat 1.585.221 kilo CO2 op. Om dat uit te stoten moet je met een middenklasser ruim 13 miljoen kilometer afleggen. De architect heeft laten uitrekenen dat alleen al in de Zwitserse bossen het gebruikte hout in twee uur teruggroeit.

Van den Heuvel: ‘Veel mensen denken dat als we veel meer met hout gaan bouwen dat ten koste zal gaan van de bossen. Dat is juist niet het geval bij verantwoord bosbeheer. In Nederland is circa 90 procent van het bouwhout afkomstig uit verantwoord beheerde bossen. Hout wordt zo geoogst dat het bos met alle relevante aspecten, waaronder biodiversiteit, behouden blijft. En ja, dat geldt ook voor tropisch hardhout. Verantwoord bosbeheer verhoogt de waarde van het tropische bos, zodat het niet gekapt wordt ten behoeve van bijv. sojaplantages of andere vormen van landbouw.’

Vormvrijheid
‘Toch was er tot voor kort weinig interesse voor dit soort cijfers,’ vertelt Rob van den Oudenrijn. Hij is bestuurslid van de bond van timmerfabrikanten (NbvT). ‘Er heerste een geloof in de bouw dat kunststof en metaal veel duurzamer zijn, omdat het langer mee zou gaan. Inmiddels is het Concept III-kozijn ontwikkeld: houten kozijnen die in de fabriek van glas en drie lagen verf voorzien zijn. ‘Wat je ziet is dat bij renovaties veel meer kunststoffen en metalen kozijnen moeten worden vervangen dan houten kozijnen, terwijl er in aantal natuurlijk veel meer houten kozijnen zijn. Dus zo duurzaam zijn die andere materialen niet. Want als de wensen van de eigenaar van het pand veranderen of als er iets beschadigt, dan moet zo’n kozijn er in zijn geheel uit. Een bestaand houten kozijn kun je geschikt maken voor dubbel of zelfs triple glas. Elke timmerman kan een houten kozijn repareren of aanpassen. Maar een aluminium kozijn waar een rubbertje van stuk is of een scharnier aan ontbreekt, vind daar nog maar eens precies het goede onderdeeltje van terug, zeker als de leverancier niet meer bestaat.’

Daarbij spelen de CO2-argumenten bij opdrachtgevers ook een steeds grotere rol. Van den Oudenrijn: ‘Hout heeft een grote gunfactor. Particulieren die zelf gaan bouwen kiezen vaak voor hout en ook architecten houden van hout. Al was het maar omdat de vormvrijheid met het materiaal heel groot is. Met gelamineerde spanten kun je enorme overspanningen bereiken en houten plaatmateriaal is in elke gewenste vorm en heel precies te zagen met computergestuurde cnc-zaagmachines. Maar kosten spelen vaak een rol. Hout wordt als duurder gezien. Ik bestrijd dat: soms kost het wat meer in de stichtingsfase, maar dat verdien je later terug. Ik merk nu een ommezwaai. Bij een grote woningcorporatie werden we pas uitgenodigd om ook bij de achterzijde van een complex houten kozijnen te leveren. Vaak is het: aan de zichtkant hout, aan de achterzijde kunststof. Deze corporatie ging het echt om de CO2-winst en de duurzaamheid.’

De bouwplaats
Wat de houtbouw ook in de kaart speelt is de recent uitgebroken stikstofcrisis. Van den Oudenrijn: ‘We hebben de voordelen van houtbouw ten opzichte van andere materialen op dit gebied nog niet zo grondig doorgerekend als met de CO2. Maar de voordelen springen enorm in het oog: stikstofuitstoot op de bouwplaats wordt veroorzaakt door machines en vervoerbewegingen. Bij houtskeletbouw, of bouw met zogenaamd kruislaaghout (platen van meerdere lagen kruislings aan elkaar verlijmde grenen latten, red) wordt de bouw in de fabriek voorbereid. De prefab-houten bouwelementen worden met veel minder transportbewegingen aangevoerd dan nodig zijn als er ter plekke gemetseld moet worden, beton gestort of prefab betonnen elementen worden aangevoerd. Voor het hijsen van die houten delen kun je volstaan met elektrische kranen in plaats van dieselkranen en je bent ook veel korter op de bouwplaats aanwezig.’

Allemaal goed en wel, maar houtbouw… moeten we allemaal als woudlopers gaan wonen? ‘Dat wordt wel gedacht’, zegt Van den Oudenrijn. ‘Gevels van hsb-elementen kunnen met hout worden afgewerkt, dan haal je nog eens extra CO2-winst met die gevelbekleding. Maar er worden ook heel vaak steenstrips toegepast, de muur ziet er dan uit als metselwerk, en gevels worden ook gestukadoord of krijgen metalen gevelbekleding. Dat hebben we als houtbouwers een beetje op ons tegen: van heel veel van onze gebouwen zie je helemaal niet dat ze van hout zijn gemaakt.’