Nederland in beweging krijgen en houden is geen eenvoudige klus. Door (onder meer) buurtsportcoaches in te zetten draagt SRO in Amersfoort een flink steentje bij aan dat doel. Deze coaches weten de doelgroep en het aanbod op innovatieve wijze aan elkaar te koppelen en steeds meer mensen te laten sporten. Sjamana Wijsmuller en Jan Hardeman leggen uit hoe SRO dat doet, in opdracht van de gemeente.

“Iedereen die moeite heeft om het reguliere sportaanbod in de regio bij sportverenigingen en aanbieders te bereiken ondersteunen wij”, trapt Wijsmuller af. Als regiocoördinator aangepast sporten en als buurtsportcoach in Amersfoort brengt zij dagelijks mensen uit zogeheten ‘kwetsbare groepen’ in beweging. “Je denkt dan al heel snel aan mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, maar bijvoorbeeld ook ouderen die te weinig bewegen of mensen met een psychisch of financieel probleem helpen wij aan het sporten.”

Teamleider van de buurtsportcoaches Jan Hardeman valt Wijsmuller bij: “Alle partijen waarmee wij samenwerken zijn overtuigd van het feit dat sport en bewegen belangrijk is. Onze buurtsportcoaches worden ingezet zodat het voor die partijen makkelijker wordt om mensen door te verwijzen. We zijn eigenlijk een schakel tussen de gezondheidszorg, welzijn, onderwijs en veel instellingen die wel weten dat hun cliënten moeten bewegen, maar niet goed weten hoe en waar. Wij zijn de professionals die dat wél weten en brengen de doelgroep en het aanbod bij elkaar.”

“Wij brengen de doelgroep en het aanbod bij elkaar.”

Voor het aanbod voor mensen met een beperking is SRO aangesloten bij unieksporten.nl, een landelijke sportzoeker. Op basis van de gegevens die jij invult; locatie, leeftijdscategorie, sportcategorie of type beperking, wordt een sportaanbieder bij jou in de buurt geadviseerd. “We zijn er mee bezig om het aanbod daar steeds verder aan te vullen.”, legt Wijsmuller uit. “Dat begon met sportverenigingen en commerciële sportaanbieders, maar we kijken nu ook hoe we bijvoorbeeld medische fitness van de fysiotherapeuten er op krijgen. Het is een tool voor de professional om zijn cliënten te kunnen doorverwijzen, maar ook voor veel mensen die bijvoorbeeld vanwege een blessure of ongeluk niet meer mee kunnen doen in het reguliere aanbod. Zij vinden daar de belangrijkste informatie, maar als ze meer willen weten dan staan daar ook contactpersonen vermeld, zoals ik dat ben voor de regio Eemland. Ik ga dan met de ouders of met begeleiders of met de fysio kijken naar welke ondersteuningsbehoefte er nodig is en kan advies geven op maat.”

Naast deze verbindende rol, kijken de buursportcoaches ook naar hoe sportaanbieders hun activiteiten voor de verschillende doelgroepen beter kunnen neerzetten, vertelt Hardeman. “In de meeste gevallen ontstaat zo’n initiatief door een vrijwilliger. Maar dan blijkt dat er wel wat meer bij komt kijken dan alleen een trainer voor de groep zetten. Wij hebben verenigingsadviseurs in huis, die zo’n club kunnen ondersteunen. Op vrijwilligersbeleid, organisatorisch, financieel, maar soms ook gewoon om trainers te begeleiden.”

“We willen clubs sterker en vitaler maken”

Hardeman: “Uiteindelijk is het doel dat de club een sterke, duurzame nieuwe trainingsgroep heeft.” Wijsmuller vult hem aan: “Je kunt bij het NOC*NSF allerlei cursussen inkopen, maar ik vind het zelf ook heel interessant om te kijken naar onze netwerken in de regio. Door uit ons netwerk een partner met kennis over een bepaalde doelgroep te verbinden met een sportvereniging vang je twee vliegen in één klap. Je zorgt én voor deskundigheidsbevordering én voor nieuwe onderlinge verbindingen.”

Uit onderzoek van Jantje Beton blijkt dat liefst 86% van alle kinderen in Nederland niet dagelijks buiten speelt, waarvan 15% zelfs nooit. Daarom lopen er naast de buurtsportcoaches tegenwoordig ook buurtspeelcoaches rond in Amersfoort. “Wij zagen dat als onze buurtsportcoaches met jongere kinderen bezig waren geweest en vervolgens weg gingen, dat dan het groepje kinderen ook ophield met spelen. Onze partner Sportivate ontwikkelde het concept ‘buurtspeelcoach’. Die coach leidt kinderen op tot spelleiders. Als een olievlek wordt zo het speelvirus razendsnel verspreid in Amersfoort.

“Het effect daarvan is moeilijk tastbaar te maken, maar wat we horen van scholen is dat

er met die mini-buurtspeelcoaches minder gedoe op het schoolplein is. Dat is wat je wilt bereiken. Doordat spelen en sport ongemerkt veel regels met zich meebrengen, wennen de kinderen er aan om elkaar te corrigeren en gecorrigeerd te worden. Dit betekent minder ruzies op het schoolplein of op het speelveldje.Dat is, onder andere, de kracht van spelen en sport.”

“Door middel van sport en bewegen komen mensen meer in de maatschappij te staan. Ze hebben het gevoel mee te doen.”

Ook Wijsmuller wijst op het bredere effect van hun werk: “Het is niet alleen ons doel om er voor te zorgen dat mensen lid worden van een sportvereniging. Liefst wel, maar wij zetten sport en bewegen ook in als een middel om ritme te brengen in de dag van mensen en waardoor zij meer in de maatschappij komen te staan. Het maakt dat mensenergens bij horen. Zowel dat sociale aspect als het gezondheidsaspect zijn, onderliggend aan ons werk heel erg belangrijk.”