De duurzaamheidsambities zijn hoog. In 2050 wil de Nederlandse overheid energieneutraal, circulair en klimaatadaptief zijn. Bouwend Nederland staat achter de ambities, maar om deze in de bebouwde omgeving te halen zijn, onder andere, forse transities en investeringen noodzakelijk. Maar als we alleen maar blijven praten in de vele Green Deals, Convenanten en Akkoorden die de sector rijk is, maar de vertaling naar de uitvoering niet maken dan halen we de ambities in 2050 zeker niet!

Technisch is al veel mogelijk en er zijn al legio mooie voorbeelden. Zo bouwt de sector circulaire, demontabele en energieleverende gebouwen zoals het stadskantoor van Venlo, maar ook circulaire en demontabele viaducten zoals die in Kampen, en een 3D geprinte fietsbrug in Gemert. Maar ook bij de inrichting van de openbare ruimte leggen we bijvriendelijke bermen en circulaire parken aan en pleinen en straten met ondergrondse wateropvang.

De bouw zet serieus in op duurzaam materiaalgebruik. Nieuwe en verbeterde methoden bij recycling en productie zorgen ervoor dat steeds meer grondstoffen herbruikbaar zijn. Dit helpt de GWW verder te verduurzamen. Nieuwe concepten voor bouwlogistiek leiden ook tot een vermindering van de CO2-uitstoot.

Naast alle mooie innovaties die al ontwikkeld zijn en worden, is het van belang dat de sector blijft innoveren om op grotere schaal en efficiënter verder te kunnen verduurzamen. Helaas blijven veel mooie duurzame innovaties op de plank liggen. Dit komt omdat er vooral gepraat wordt over ambities, maar deze worden niet voldoende doorvertaald naar de uitvoering. In bijna driekwart van alle openbare aanbestedingen speelt duurzaamheid geen enkele rol. Als duurzaamheid in aanbesteding niet serieus wordt meegenomen dan halen we de ambities in 2050 zeker niet.

U zult wel denken, het is publiek geld en duurzaamheid is veel duurder. Maar als je het geen onderdeel maakt van de gunning dan wordt het überhaupt niet meegewogen. Soms is de initiële investering inderdaad duurder. Kijk hierbij vooral naar de totale levensduur, dan loont het vaak toch om te investeren in duurzaamheid.

Om de doelstelling te halen moeten we verder opschalen, verdere innoveren en meer programmatisch werken. Dit vereist verdere investeringen van bouw- en infrabedrijven. Belangrijk daarvoor is dat bedrijven zich in de markt echt kunnen onderscheiden met duurzame oplossingen. Nu zien we de aanbestedingen vaak gewonnen worden door de partij met de laagste prijs, en blijft de meest duurzame oplossing onbenut.

Naast het gebrek aan gunnen op duurzaamheid zitten veel (duurzame) bouwprojecten, zoals de aanleg van windmolenparken, energieneutrale woonwijken en duurzamere infrastructuur zoals snelfietspaden op dit moment op slot. Als we niet kunnen bouwen vanwege stikstof en PFAS kunnen we ook niet duurzaam bouwen. Alleen een spoedig vastgestelde drempelwaarde en werkbare PFAS-norm kunnen de sector op korte termijn vlot trekken en ervoor zorgen dat we onze breed gedragen duurzame ambities halen.