leo kannerhuis

In gesprek met vier behandelaars van het Leo Kannerhuis over de individuele aanpak van hulpvragen bij autisme.

Het Leo Kannerhuis is een behandel- en kenniscentrum voor autisme met meerdere locaties in Nederland, onderdeel van Youz. Als derdelijns zorginstelling, zijn de centra er voor cliënten waarbij de behandeling in de eerste en tweede lijn onvoldoende heeft aangeslagen. Vrijwel altijd met een comorbide hulpvraag die de cliënten naast hun autisme te verwerken te krijgen. 

 Het Leo Kannerhuis is een hoog specialistisch centrum voor ASS. Er is een aanbod voor zowel kind, jeugd als volwassenen waarbij er zowel een poliklinisch-, deeltijd- en klinisch aanbod is. Naast behandeling vindt er ook diagnostiek plaats en worden er consultaties geboden aan andere instellingen. Het is daarmee een verlengde van de eerste- en tweedelijnszorg en geen noodzakelijke aanvulling daarop. Wijnmaalen legt uit: “Ik denk niet dat de eerste en tweede lijn tekortschieten. In de basis leveren zij gewoon goede pakketten aan en komt ook daar steeds meer kennis over autisme. Alleen hebben wij juist de expertise in huis over de comorbiditeit problematiek bij onze cliënten náást hun autisme.” 

Het belangrijkste uitgangspunt is dat men hierbij gericht op de hulpvraag van de cliënt en diens specifieke benodigdheden te werk gaat. Van der Velden: “In de eerste- en tweedelijnszorg worden veelal dezelfde behandelvormen aangeboden, alleen kijken wij vanuit onze expertise met een ‘autisme-bril’ naar het traject. We starten met een uitgebreide intake waarna we met een multidisciplinair team in gesprek gaan over de aanmelding. Daarbij kijken wij naar wat er in het verleden al is ingezet, waarom dit onvoldoende effect heeft gehad en wat nu de juiste en passende vervolgstappen kunnen zijn om cliënten verder te helpen. Wij voeren geen behandeling uit op autisme, maar behandelen de hulpvraag van mensen mét autisme.” 

Verhoeven vult haar aan: “Wij kunnen het hele scala aan therapieën binnen de GGZ aanbieden. Traumabehandeling, persoonlijkheidsbehandeling, milieutherapie, cognitieve gedragstherapie, vaktherapie, het hele palet is bij ons in huis. Alleen moet er steeds een ‘autisme-sausje’ overheen.” Wijnmaalen: “Naast de therapieën hebben we ook veel trainingsvormen. Die zijn wat laagdrempeliger. Cliënten hebben vaak al veel therapie gehad en zijn dan behandelmoe. Zo’n training is dan concreter en leert onze cliënten in een werk-, sportieve of creatieve omgeving aan de slag te gaan met zijn of haar hulpvraag. 

Daarnaast wordt bij een behandeling niet alleen het individu, maar ook de omgeving van de cliënt nauw betrokken. Verhoeven: “We hebben nu een onderzoeksproject lopen naar de netwerken om de cliënt heen. Die willen we structureel in kaart gaan brengen. Zodoende kunnen we dat netwerk rondom de cliënt activeren en is men niet meer afhankelijk van hulpverleners. Dat is een belangrijk aspect van autisme-zorg: je moet altijd de omgeving meenemen in je behandeltraject. Ik denk dat niemand bij ons alleen een patiënt ziet en niemand vanuit de omgeving.” Neve: “We werken veel met oudercursussen, psycho-educatie groepen voor ouders, maar we laten ook geregeld ouders meedraaien. Dan kunnen ze zien wat wij doen en hoe ze dat daarna ook zelf kunnen doen. Het gaat dan om het snappen van het autisme bij de patiënt en dat kunnen meenemen naar de eigen omgeving.” 

Corona zorgt soms voor angst en spanningen en de huidige maatregelen maken groepstherapie ingewikkeld. Daarom is het Leo Kannerhuis nog altijd open voor sessies. Van der Velden: “Wij hebben gemerkt dat veel van onze cliënten goed om kunnen gaan met alle veranderingen, die voortkomen vanuit het Corona-beleid. Dat sociale verplichtingen en bepaalde omgevingsprikkels wegvallen, geeft een aantal van hen ook ademruimte.” Wijnmaalen gaat verder: “Ook de cliënt die door de Albert Heijn loopt vindt het nu best prettig dat mensen wat meer afstand nemen. Of dat het contact met mensen wat gestructureerder verloopt nu. Al hebben alle crisisafdelingen in deze fase van corona wel een hele zware periode. Die hebben een enorme aanloop nu. En zo’n avondklok ontregelt het ritme van een cliënt ook, omdat hij zijn avondroute niet kan doen.” 

Het geeft aan voor welke uitdagingen het personeel van een GGZ-centrum als het Leo Kannerhuis staan. Verhoeven ziet daar echter het positieve van in: “We hebben een complexe doelgroep, waardoor je iedere keer weer opnieuw een puzzel moet leggen, maar dat maakt onze werkplek ook bij uitstek een leuke werkplek.” Neve vult haar aan: “De stapjes die sommige jongeren bij onze poli zetten, zullen wellicht groter zijn dan in de kliniek. Maar in de kliniek zitten jongeren die op alle gebieden zijn vastgelopen. Als je die weer in beweging krijgt, dan is dat heel waardevol werk.” 

Meer informatie vind je op https://www.leokannerhuis.nl/