We moeten veel breder gaan kijken achter de voordeur. Hoe een crisis kan helpen om een betere zorg in kaart te brengen

De ouderenzorg staat al jaren hoog op de agenda bij veel politieke partijen. Toch sijpelen er steeds vaker berichten door over een hogere werkdruk van het personeel, een lagere zorgstandaard en eenzaamheid onder ouderen. En dat terwijl Nederland al jaren hoog op de ranglijsten staat als het gaat om de gemiddelde uitgave aan de zorg.

 

“Het gaat binnen de zorg om de keuze: waar besteed je wat aan? In het huidige systeem gaat er veel geld naar cure en minder naar care, om over preventie nog maar te zwijgen. Over die verdeling kunnen we echt vragen stellen. Zeker als je deze crisis ziet. Moeten we niet veel meer aan preventie doen en daardoor minder kwetsbaar worden?”, vraagt Manon Vanderkaa zich hardop af. Als directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB voert zij onderhandelingen met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over een andere aanpak. Het liefst ziet zij een zorg die zich richt op ‘positieve gezondheid’: een bredere invalshoek dan een puur medische, waarbij ook sociale factoren een belangrijke rol spelen. “Het gaat nu in de ouderenzorg niet alleen om het besmettingsgevaar. Ook de aanpak van eenzaamheid is van groot belang. Dat ouderen het gevoel hebben dat ze ertoe doen. Hun sociale contacten behouden. Daar zijn we niet altijd goed op ingesteld. Een crisis als dit ‘helpt’ om zulke zaken bloot te leggen.”

 

Mantelzorgers krijgen daardoor nu een dubbele portie op hun bord. Met het wegvallen van de thuiszorg wordt er nu naar hen gekeken voor zowel de sociale als de medische ondersteuning en overbelasting van deze groep dreigt. Roger van Huystee, bestuurslid van SPOT; de belangenbehartiger van kleine en kleinschalige thuis- en woonzorgorganisaties, sluit zich aan bij Vanderkaa: “We moeten veel breder gaan kijken achter de voordeur. Met het sluiten van dagbestedingslocaties zien wij dat veel cliënten thuis komen te zitten. Hun mantelzorger moet daardoor nu volledig de zorg op zich nemen. En er is geen manier om uit te wijken.”

“We hebben gepleit om mantelzorgers onder de vitale beroepen te scharen”, vertelt Vanderkaa. Daarmee zouden mantelzorgers in hun eigen thuissituatie meer ademruimte kunnen krijgen en bovendien in aanmerking komen voor tests en onderzoeken. Maar daarmee zijn we er nog niet, gaat ze verder: “Ouderen hebben nu het meest behoefte aan een perspectief. Al geldt dat eigenlijk voor iedereen. Er wordt echter te weinig perspectief geboden voor de verpleeghuizen. Het is in ieders belang om goed te wegen wat de verschillende perspectieven zijn voor de kwaliteit van leven. In onze achterban is er veel begrip, maar die onzekerheid het levert ook veel zorg en verdriet op.”

“We moeten blijven communiceren met overheid, zorginstellingen en cliënten. Dat neemt een hoop onrust weg.”, reageert Van Huystee. “Als kleinere organisatie werken we met korte lijntjes en gaat alles veel sneller. In de eerste twee weken zagen we stressvolle situaties, maar inmiddels heeft iedereen in de gaten waar de kwetsbaarheden liggen.” Hij vervolgt: “Kleinere zorgaanbieders hebben vaak ook meer innovatiekracht en vinden elkaar veel beter. Zij spreken bijvoorbeeld makkelijker af om nu met twee, drie man een speciaal corona-team te vormen en helpen als team alle besmette gevallen in een wijk.”

Van Huystee ziet nog meer positieve ontwikkelingen: “Wij hebben iedere bewoner o.a. een brief gestuurd om hen in te lichten over wat er allemaal gaat veranderen. Het leuke is dat we bijvoorbeeld van 80-jarigen een briefkaart hebben teruggestuurd gekregen. “We begrijpen het en wensen jullie veel sterkte in deze moeilijke tijd”. Zulke brieven en andere reacties geven we mee aan onze medewerkers, als steun in de rug. En dan blijkt maar weer: als je de dialoog aangaat, krijg je ook wat terug. Dan zie je dat de waardering voor onze zorgmedewerkers er zéker is. Ook al wordt deze niet altijd uitgesproken.”

Toch is de strijd voor een betere zorg nog lang niet gestreden. Vanderkaa: “We zullen ons blijven inzetten dat het belang van senioren goed meegenomen wordt. Dat er niet alleen óver, maar ook mét senioren gesproken wordt. We realiseren ons dat het echt een tijd gaat duren en dat we verder moeten gaan dan louter maatregelen om het virus in te dammen. We moeten de zorg zo inrichten dat de kwaliteit van leven gewaarborgd wordt.”